Er is een moment op de Llogara-pas dat bijna iedereen die er voor het eerst langskomt stilhoudt. Je rijdt omhoog door dennenbossen, de weg draait zich in steeds strakker wordende haarspeldbochten, en dan — op 1.027 meter hoogte — open je een bocht en staat opeens de Ionische Zee onder je. Zo blauw, zo wijd, zo plots, dat het voelt alsof iemand een gordijn is vergeten. Daar begint voor de meeste mensen de Albanese Riviera, en daar blijft het beeld de rest van de reis aan je herinneren.

De Riviera is officieel de kustlijn tussen Vlorë in het noorden en Sarandë in het zuiden — ongeveer 130 kilometer strand, kliffen, olijfgaarden, dorpjes en baaien. Het is de reden dat Albanië de laatste tien jaar is veranderd van "obscure Balkanbestemming" naar "zomerbestemming voor wie doorheeft dat Kroatië te duur is geworden". En — belangrijker — het is nog altijd van een rustiger schaal dan de rest van de Middellandse Zee.

De route, noord naar zuid

Je kunt de Riviera vanuit beide richtingen doen, maar de meeste reizigers gaan van noord naar zuid — Vlorë als startpunt, Ksamil als eindpunt. Hieronder de belangrijkste stopplaatsen in volgorde:

Vlorë — de poort

Vlorë is de derde stad van Albanië en het historische beginpunt van de Riviera. Het is ook de plek waar Ismail Qemali op 28 november 1912 de Albanese onafhankelijkheid uitriep — een gegeven dat elke Albanees je zal vertellen. De stad zelf is een bedrijvige kuststad met promenade, cafés, en eerste stranden (Plazhi i Ri, Uji i Ftohtë). Vlorë is meer functioneel dan mooi, maar prima als tussenstop om te lunchen en voorraden in te slaan voordat je de Llogara-pas op gaat.

Llogara-pas — de Europese rollercoaster

Vanuit Vlorë klim je via een van de meest spectaculaire bergpassen van Europa. De weg gaat van zeeniveau naar 1.027 meter in ongeveer 20 kilometer, door dennenbossen en dan open alpen-achtige landschappen. Op het hoogste punt ligt Llogara Nationaal Park met een paar restaurants waar je gegrild lam kunt eten op een terras met uitzicht. Vlak voor de afdaling is er een adelaarsuitkijkpunt — een platform in de vorm van een enorme adelaar, waar iedereen een foto maakt.

De afdaling naar de andere kant is nog spectaculairder dan de klim. Bij elke haarspeldbocht zie je de kust verder open gaan. Dit is het stuk waar passagiers stoppen met praten en alleen nog maar kijken.

Dhërmi — het terracotta-dorp

Dhërmi is het eerste echte Riviera-dorp na de pas. Het oorspronkelijke dorp ligt in de berghelling, de stranden (het centrale Dhërmi-strand, plus iets zuidelijker Drymades, Gjipe Beach) liggen beneden. Dhërmi heeft de afgelopen jaren een metamorfose ondergaan: waar het tien jaar geleden één van de meest authentieke dorpen aan de Riviera was, staan er nu boutique hotels, beach clubs en design-B&B's naast de traditionele huizen. Niet iedereen is daar blij mee, maar het maakt Dhërmi wel het centrum van de "hippe" Riviera-ervaring. Sommige reisblogs noemen het "het Santorini van Albanië" — een label dat overdreven is, maar iets zegt over hoe de plek evolueert.

Gjipe Beach — de baai die je moet verdienen

Tussen Dhërmi en Himarë ligt een afgelegen baai die alleen te voet of per boot bereikbaar is: Gjipe. Een flinke wandeling door een canyon van ongeveer 30-45 minuten is de gebruikelijke route. Het strand is een natuurlijke kom tussen witte kliffen met kristalhelder water. Er is één campingachtige voorziening, geen luxe, geen drukte. Dit is een van de plekken die mensen later onthouden als "het" Riviera-moment.

Himarë — de lokale kant

Vergeleken met Dhërmi is Himarë rustiger, meer "lokaal", met een oude stad op de berg en een reeks stranden langs de kust (Livadh, Potam, Spile, Llamani). De Griekse invloed is hier merkbaar — een deel van de bevolking is etnisch Grieks, en veel menu's zijn tweetalig. De restaurants zijn goed en relatief betaalbaar; de promenade is op zomeravonden een klassieke Mediterrane passegiata.

Borsh — het langste strand

Tussen Himarë en Sarandë ligt Borsh, met het langste strand van de hele Riviera — ongeveer 7 km strand aan één stuk, met een combinatie van kiezels en fijn grind. Het dorp erachter is omringd door olijfgaarden die behoren tot de oudste van Albanië; sommige bomen zijn meer dan duizend jaar oud. Borsh is minder hip dan Dhërmi en minder georganiseerd dan Ksamil, maar wie een rustige basis zoekt, vindt hem hier.

Sarandë — de stad aan de baai

Sarandë (ook: Sarandá, Saranda) is de grootste kuststad op de zuidelijke Riviera. Een levendige promenade, talloze restaurants, hotels in alle prijsklassen, en — belangrijk voor reizigers — dagelijkse veerboten naar Korfoe in 30 minuten. Sarandë zelf heeft geen bijzondere bezienswaardigheden, maar is het ideale basispunt voor uitstapjes naar Butrint (20 km) en de Blue Eye (Syri i Kaltër, 30 min rijden — een ijskoude bron die uit de grond komt in een donker-blauwe krater). Voor veel reizigers is Sarandë waar ze meerdere nachten blijven om omliggende plekken te bezoeken.

Ksamil — het Caraïbische einde

Ksamil is het zuidelijkste punt van de Riviera en technisch gezien de plek waar "de Balkan" ophoudt en "de Cariben" begint — tenminste volgens de marketing. Het water rond de Ksamil-eilanden (drie kleine eilandjes vlak voor de kust) is ongelofelijk helder: turquoise in ondiep water, donkerblauw waar het dieper wordt. Je kunt er naartoe zwemmen, kajakken, of je kunt een sun lounger huren op een van de tientallen strandclubs langs de kust.

Ksamil is in de hoogzomer zeer druk. Rijen strandbedden, muziek uit strandbars, parkeerproblemen. Wie op zoek is naar intimiteit moet hier niet in augustus komen. Mei, juni en september zijn veel aangenamer en het water is dan ook warmer dan veel mensen denken.

"Het water is zo helder dat de boten lijken te zweven." Gebruikelijke omschrijving van de Ksamil-eilanden

Hoe doe je de Riviera?

Er zijn drie hoofdmanieren:

Huurauto — de klassieker

De meest flexibele optie en verreweg de meest gebruikte. Huur een auto in Tirana of Vlorë, rijd de route in 2-4 dagen, overnacht onderweg. Let op: de kustweg is prachtig maar niet snel — reken op gemiddelde snelheden van 40-50 km/u vanwege bochten, gaten en onverwachte geiten. Hoogseizoen betekent ook parkeerproblemen in Dhërmi en Ksamil. Huurprijzen vanaf ongeveer 25 euro per dag.

Furgon — budget Balkan-stijl

De furgon (minibus) is het Albanese publiek vervoer. Furgons rijden de kustroute meerdere keren per dag, stoppen op verzoek, en kosten een fractie van een huurauto. Reistijden zijn langer en je bent afhankelijk van de dienstregeling, maar voor een echte Albanese ervaring is het onvervangbaar. Niveau Engels van de chauffeur: wisselend. Niveau charme: hoog.

Georganiseerde tour

Niet noodzakelijk en de minst authentieke optie, maar wel handig als je krap in de tijd zit. Er zijn tientallen operators die een tweedaagse tour vanuit Tirana aanbieden, met stops in Vlorë, Dhërmi, Himarë en Sarandë.

Praktisch

Bronnen