De eerste aanblik van Gjirokastër is er een die blijft hangen. Vanaf de snelweg uit Tirana, na een lange rit door de bergen, zie je plotseling aan de andere kant van de Drinos-vallei een grijze, amfitheater-vormige stad tegen de helling liggen — en bovenop, enorm en gedrongen, een middeleeuws kasteel. Wat je ziet is geen replica, geen museum, geen themapark. Het is een werkende bergstad waar twintigduizend mensen dagelijks over kasseien lopen onder leistenen daken die in 1800 al op hun plek lagen.

Waarom "stenen stad"?

Het antwoord zit in de materialen. De lokale leisteen — grijs tot zilverachtig — wordt in Gjirokastër voor alles gebruikt: voor de muren van de huizen, voor de bestrating van de straten, en bovenal voor de daken. De traditionele Gjirokastër-daken zijn opgebouwd uit grote, onregelmatige leisteenplaten, gelegd als schubben over een houten constructie. Het resultaat is een stad die bij regen een merkwaardige blauwgrijze gloed krijgt, en bij zonsondergang verzilvert. Bovendien zijn die daken zwaar en taai — ze dragen vandaag nog, drie eeuwen later.

De naam in het Grieks luidde Argyrokastron — "Zilveren Kasteel", genoemd naar diezelfde gloed. De Albanese naam Gjirokastër is een variant van dezelfde wortel.

De toren-huizen

Wat Gjirokastër architectonisch uniek maakt, zijn de torenhuizen. Een typisch Gjirokastër-huis uit de 17e tot 19e eeuw is een tall stone block van drie tot vijf verdiepingen, met steile muren, kleine schietgatachtige ramen op de lagere verdiepingen en grotere vensters hogerop. De begane grond diende als voorraadkelder of stal, de middenverdiepingen voor opslag en bedienden, en pas de bovenste verdieping voor de familie — inclusief de beroemde divanhane, de ontvangstkamer met uitzicht.

Het ontwerp verraadt zijn tijd: een tijdperk waarin bloedvetes en rooftochten tot de realiteit behoorden. De huizen zijn half woning, half burcht. Een van de mooiste bewaarde voorbeelden, open voor publiek, is het Zekate-huis uit 1812 — eigendom van een voormalige adviseur van Ali Pasha van Janina, en een van de weinige plaatsen waar je de complete binneninrichting nog ziet: houten plafondsnijwerk, gekleurde muurschilderingen, en de enorme balconlijke divanhane's op de bovenste verdiepingen.

Het kasteel van Gjirokastër

Op de top van de stadsheuvel ligt een van de grootste kastelen van de Balkan. De fundamenten gaan terug tot de 12e eeuw, maar wat je nu ziet is grotendeels een Ottomaanse 19e-eeuwse uitbreiding, inclusief de enorme muren die van veraf zichtbaar zijn. Binnen de muren bevinden zich:

De oude bazaar

Halverwege de helling, tussen het kasteel boven en het moderne stadscentrum onder, ligt de Oude Bazaar (Pazari i Vjetër). Oorspronkelijk aangelegd in de 17e eeuw, grotendeels herbouwd na een brand in 1800, is dit nog altijd een werkend commercieel gebied. Geen touristenval: lokale mensen doen hier dagelijks hun boodschappen, tussen winkels met handgeweven tapijten, koperwerk, lokale raki, specerijen en leer. De hoofdstraat — een lange, zigzaggende klim tussen stenen gevels — is zelf een van de meest gefotografeerde straatbeelden van Albanië.

Twee beroemde zonen — en een ongemakkelijke geschiedenis

Gjirokastër heeft twee zonen opgeleverd die hun stempel op het 20e-eeuwse Albanië drukten. Ze werden in dezelfde straat geboren, op amper honderd meter van elkaar. En ze konden moeilijker uit elkaar lopen.

Enver Hoxha (1908–1985)

De communistische dictator die Albanië van 1944 tot zijn dood in 1985 regeerde, werd hier geboren als zoon van een Soennitische moslimstoffenkoopman. Zijn geboortehuis — een mooi voorbeeld van een 17e-eeuws Gjirokastër-huis — werd tijdens het communisme omgevormd tot het Ethnografisch Museum, waar het pronkstuk meer over Gjirokastër-architectuur ging dan over Hoxha zelf. Na 1991 is het museum gebleven. Het huis heeft een ongemakkelijke positie in de stad — historisch belangrijk, politiek beladen. Meer over het Hoxha-tijdperk →

Ismail Kadare (1936–2024)

Kadare, de belangrijkste Albanese schrijver van de 20e eeuw en jarenlang kanshebber voor de Nobelprijs voor de Literatuur, werd eveneens in Gjirokastër geboren. Zijn roman "Kronikë në gur" ("Kroniek in steen") is een halfautobiografisch verslag van zijn jeugd in de stad tijdens de Italiaanse en Duitse bezetting, verteld door de ogen van een kind dat niet helemaal begrijpt wat er gebeurt. Wie Gjirokastër echt wil begrijpen, leest dat boek. Zijn geboortehuis in de Palorto-wijk is sinds 2017 als museum open. Hij stierf in juli 2024 in Tirana op 88-jarige leeftijd.

"Het was een vreemde stad, en leek, als je eruit vandaan kwam, op een prehistorisch wezen dat onverwachts een wintersnachts uit het dal was opgerezen en tegen de berg was gaan staan." Ismail Kadare, Kronikë në gur

Praktisch

Bronnen