Anjezë Bojaxhiu, een Albanese

Moeder Teresa werd op 26 augustus 1910 geboren in Skopje, dat toen deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk en later van Joegoslavië. Haar ouders waren etnisch Albanees: vader Nikollë Bojaxhiu was een bekend koopman en filantroop uit Prizren (nu Kosovo), moeder Drane uit de buurt van Gjakova.

De familietaal thuis was Albanees. Het Katholieke geloof — een minderheid onder de meerderheids-moslims en orthodoxen — werd streng gepraktiseerd. De jonge Anjezë hoorde al jong over missionarissen in India tijdens kerkbijeenkomsten.

Weg naar India

In 1928, op haar 18e, verliet ze Skopje om zich aan te sluiten bij de Lorettozusters in Ierland. Binnen een jaar werd ze naar India gezonden. Ze leerde Engels, Hindi en Bengaals, werkte als lerares op een meisjesschool in Calcutta en nam de religieuze naam Teresa aan.

In 1946 beleefde ze — naar eigen zeggen — een moment waarin God haar opdracht gaf om "de armsten van de armen" te dienen. Ze verliet de Lorettozusters en stichtte de Missionarissen van Naastenliefde (1950), een nieuwe religieuze orde gericht op dienst aan de extreem arme, zieke en stervende mensen in de sloppenwijken van Calcutta.

Het werk

De organisatie die Teresa opbouwde:

Teresa droeg de kenmerkende witte sari met drie blauwe strepen (ontworpen door haar), leefde zuinig, verdedigde haar missie fel tegen critici. Ze werd in 1979 bekroond met de Nobelprijs voor de Vrede — ze weigerde het gebruikelijke prijsdiner en liet het geld naar Calcutta sturen.

Relatie met Albanië

Teresa's relatie met het land van haar ouders was complex. Tijdens Hoxha's communistische tijdperk was Albanië officieel atheïstisch — kerken waren gesloten, religieuzen vervolgd. Teresa mocht decennia niet terugkeren naar het graf van haar moeder. Pas in 1989, in een van de eerste tekenen van ontdooing, mocht ze Albanië bezoeken.

Na de val van het communisme (1990) zette ze een Missionarissen-huis op in Tirana. Ze bezocht het land herhaaldelijk in haar laatste jaren.

Status in Albanië

Opmerkelijk: zowel Albanië, Noord-Macedonië, India als Kosovo claimen haar op een of andere manier. Voor Albanezen is de zaak helder: ze was een Albanese die toevallig in Skopje geboren werd tijdens het Ottomaanse Rijk. Haar Nobelprijs-toespraak hield ze in het Engels, maar in gesprekken met landgenoten sprak ze Albanees tot het einde.

Controverse

Teresa was niet onomstreden. Critici (onder wie Christopher Hitchens) wezen op de slechte medische zorg in haar opvanghuizen, haar conservatieve standpunten over abortus en voorbehoedsmiddelen, en haar omgang met corrupte donateurs. De beweging heeft hier met gemengde succes op gereageerd. Voor veel Albanezen doen deze discussies weinig af aan haar status.

Heiligverklaring

Paus Johannes Paulus II verklaarde haar zalig in 2003, gebaseerd op een eerste wonder (een Bengaalse vrouw genas van tumor). Paus Franciscus verklaarde haar heilig op 4 september 2016, een dag voor haar sterfdag, gebaseerd op een tweede wonder. Ze is nu Sint Teresa van Calcutta.

Bronnen