Een stenen huisje tussen herfstbossen in het Nationaal Park Theth
Foto: Mensur Gashi, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

Hoe Albanië zijn natuur beschermt

Albanië kreeg zijn eerste nationale parken al in 1966, onder het communistische regime: Llogara, Lura, Divjakë, Theth en Dajti. Na 1991 volgde een periode van illegale houtkap en jacht, waarna vanaf eind jaren negentig nieuwe parken werden ingesteld, mede met het oog op de Europese natuurregels. In 2022 herzag de regering de grenzen en de status van veel beschermde gebieden: Theth en Valbona gingen op in één groot Nationaal Park Albanese Alpen, terwijl enkele kleinere parken een lagere status kregen. In 2023 kwam daar het Vjosa-park bij.

Daarnaast kent Albanië natuurparken, beschermde landschappen en natuurmonumenten. Die hebben een lichtere bescherming, maar zijn voor bezoekers soms net zo mooi. Een paar daarvan staan onderaan deze pagina.

Eerlijk is eerlijk: "nationaal park" betekent in Albanië niet altijd wat je uit West-Europa gewend bent. Bezoekerscentra, bewegwijzering en toezicht zijn in veel parken beperkt, en er wordt soms gebouwd waar dat eigenlijk niet mag.

Alle twaalf parken

1. Albanese Alpen (Alpet)

Noorden · 2022 · ca. 82.800 ha. Het grootste park van het land, met de valleien van Theth en Valbona, de Gashi-vallei met UNESCO-beukenbossen en toppen tot de Jezerca (2.694 m). De beste wandelbestemming van Albanië: de pas tussen Valbona en Theth, de Grunas-waterval, het Blauwe Oog van Theth. Vanuit Tirana 5 uur of meer. Zie Albanese Alpen en Valbona & Theth.

2. Butrint

Uiterste zuiden · 2000 · ca. 8.600 ha. Rond de antieke stad Butrint, UNESCO-werelderfgoed, met het Butrint-meer, het Vivari-kanaal, rietlanden en kustheuvels. De moerassen zijn ook als Ramsar-wetland beschermd. Het archeologische park vraagt entree (rond de 1.000 lek, indicatie 2026). Een halfuur van Sarandë. Zie Butrint.

3. Dajti

Midden · 2006 · ca. 28.600 ha. De berg boven Tirana, met beuken- en dennenbossen, wandelpaden en terrassen met uitzicht over de stad. De kabelbaan Dajti Ekspres brengt je in een kwartier van de stadsrand naar het plateau (rond de 1.200 lek retour, indicatie 2026; op dinsdag meestal gesloten). Ideaal als halve dag vanuit Tirana.

4. Divjakë-Karavasta

Kust Midden-Albanië · 2007 · ca. 22.400 ha. Lagunes, kwelders en pijnbos aan de Adriatische Zee, met de enige broedkolonie van de krulpelikaan aan deze kust en flamingo's in de herfst en winter. Uitkijktoren, boottochten en een rustig strand. Zie Karavasta-lagune.

5. Hotovë-Dangëlli (Bredhi i Hotovës)

Zuidoosten · 2008 · ca. 36.000 ha. Rond een van de grootste zilversparrenbossen van de Balkan, in het berggebied tussen Përmet en Frashër. Kloven, bergdorpen en weinig bezoekers. Aan de rand ligt de Langarica-kloof met de warmwaterbronnen van Bënjë, bij Përmet. Goed te combineren met de Vjosa.

6. Karaburun-Sazan (marien park)

Zuidwesten · 2010 · ca. 12.400 ha zee. Het enige mariene nationale park van Albanië, rond het schiereiland Karaburun en het eiland Sazan tegenover Vlorë. Steile kliffen, zeegrotten zoals de grot van Haxhi Ali, zeegrasvelden en dolfijnen. Bereikbaar met boottochten vanuit Vlorë en Orikum; Sazan, een voormalig militair eiland, bezoek je alleen met een georganiseerde tocht.

7. Llogara

Zuidwesten · 1966 · ca. 1.770 ha. Klein maar beroemd: dennen- en sparrenbossen rond de pas op 1.027 meter, met uitzicht over de Ionische Zee. Wandelen naar de Çika (2.045 m) en paragliden. Zie Llogara-pas.

8. Lurë – Mali i Dejës

Noordoosten (Dibër) · 1966, uitgebreid · ca. 19.300 ha. Bekend om de meren van Lura: een reeks gletsjermeren tussen beuken- en dennenbos op 1.200 tot 1.700 meter, waaronder het Bloemenmeer met waterlelies. Een van de mooiste en minst bezochte parken. De toegangswegen zijn ruw; een auto met hoge bodemvrijheid of een lokale jeep is aan te raden. Vanuit Tirana ca. 4 uur.

9. Prespa

Zuidoosten · 1999 · ca. 27.600 ha. Het Albanese deel van het Grote en Kleine Prespa-meer, op het drielandenpunt met Griekenland en Noord-Macedonië. Op het eilandje Maligrad staat een grotkerk met fresco's. Belangrijk voor watervogels zoals de dwergaalscholver en de krulpelikaan, waarvan de grootste kolonie aan de Griekse kant broedt. Ca. 1,5 uur van Korçë en Pogradec; zie ook het Ohrid-meer.

10. Shebenik (Shebenik-Jabllanicë)

Oosten · 2008 · ca. 34.500 ha. Hooggebergte langs de grens met Noord-Macedonië, bij Librazhd, met gletsjermeren, oude beukenbossen en toppen boven de 2.000 meter. Een van de laatste leefgebieden van de Balkanlynx, waarvan er naar schatting nog maar enkele tientallen zijn. Weinig voorzieningen; wandel met lokale kennis.

11. Tomorr

Midden · 2012 · ca. 27.200 ha. Rond de berg Tomorr (ruim 2.400 m) ten oosten van Berat. De berg is heilig voor de Bektashi-gemeenschap; eind augustus trekken duizenden pelgrims naar het heiligdom bij de top. De rest van het jaar is het er stil, met mooie maar zware wandelingen. De weg vanuit Berat is deels onverhard.

12. Vjosa Wild River

Zuiden · 2023 · ca. 12.700 ha. Het eerste nationale park in Europa dat een vrij stromende wilde rivier beschermt: de Vjosa, zonder stuwdammen, met grindbanken, kloven en zijrivieren zoals de Drino, Bënça en Shushica. Raften, zwemmen en wandelen rond Përmet en Tepelenë. Zie Vjosa-rivier.

Andere beschermde gebieden die de moeite waard zijn

Welk park past bij jou?

Beste seizoen

Voor de kust- en wetlandparken zijn voorjaar en najaar ideaal: vogeltrek, groen landschap, geen hitte. De bergparken zijn het best van half juni tot half september, als de passen sneeuwvrij zijn. Voor raften op de Vjosa is het water in het voorjaar het hoogst en spannendst. In juli en augustus is het in de laaglanden heet en druk. Meer per maand: zie beste reistijd.

Praktische tips

Veelgestelde vragen

Hoeveel nationale parken heeft Albanië?

Albanië heeft twaalf nationale parken: elf op het land en één marien park (Karaburun-Sazan). Samen beslaan ze ongeveer 3.140 km², zo'n 11 procent van het land. Oudere lijsten noemen soms vijftien parken, omdat Theth en Valbona toen nog apart telden en enkele kleinere parken later een andere beschermingsstatus kregen.

Wat is het grootste nationale park van Albanië?

Het Nationaal Park Albanese Alpen, in 2022 ingesteld, met ongeveer 82.800 hectare. Het omvat onder meer de valleien van Theth en Valbona.

Moet je betalen om een nationaal park in Albanië te bezoeken?

Meestal niet. De meeste parken zijn vrij toegankelijk. Je betaalt wel voor bepaalde onderdelen, zoals het archeologische park van Butrint (rond de 1.000 lek), de kabelbaan naar Dajti (rond de 1.200 lek retour) of een boottocht, en soms een kleine bijdrage of parkeergeld, zoals bij Divjakë-Karavasta (indicatie 2026).

Welk nationaal park ligt het dichtst bij Tirana?

Het Nationaal Park Dajti, direct ten oosten van de stad. Met de kabelbaan Dajti Ekspres sta je in een kwartier op ruim 1.000 meter hoogte. Ook Divjakë-Karavasta en Lurë-Mali i Dejës zijn als (lange) dagtrip vanuit Tirana te doen.

Is de Vjosa een nationaal park?

Ja. In maart 2023 werd het Nationaal Park Vjosa Wild River ingesteld, het eerste nationale park in Europa dat een vrij stromende wilde rivier beschermt. Het omvat de Vjosa en enkele zijrivieren in het zuiden van Albanië.

Bronnen