Wie over de kustweg SH8 van Vlorë naar Sarandë rijdt, komt halverwege langs Himarë (in het Grieks Chimarra). De moderne stad ligt aan de baai van Spile, met een boulevard, een kleine haven en een stadsstrand. Daarboven, op een rotsheuvel op een paar kilometer van zee, ligt het oude Himarë: de Kastro, een ommuurd dorp met stenen huizen, kerkjes en een uitzicht dat de klim meer dan waard is.
Rondom liggen een handvol stranden die elk een ander karakter hebben, van het lange, georganiseerde Livadh tot het kleine Filikuri dat je alleen te voet of per boot bereikt. Het fort van Porto Palermo ligt op een kwartier rijden naar het zuiden.
De oude stad: Kastro
Het oude Himarë is een van de oudste bewoonde plekken aan deze kust. In de oudheid hoorde het gebied bij de Chaoniërs, een volk binnen het koninkrijk Epirus; de naam wordt vaak in verband gebracht met het Griekse woord voor ‘bergstroom’. Het dorp op de heuvel werd eeuwenlang versterkt en herbouwd, onder Byzantijnen, Venetianen en Ottomanen.
Binnen de muren vind je vervallen en gerestaureerde huizen, smalle steegjes en meerdere kerken. De bekendste zijn de kerk van de Maagd Maria van Kasopitra en de kerk van Alle Heiligen (Agioi Pantes). Een deel van de huizen staat leeg, andere zijn opgeknapt tot gastenverblijf of café. Het is geen openluchtmuseum: er wonen nog mensen, en je loopt er grotendeels vrij rond.
Tip: ga laat in de middag. Het licht over de baai is dan op zijn mooist, en de klim (met de auto kom je tot vlak bij de poort) is in de zomer overdag zwaar. Neem schoenen met grip mee: de keien zijn glad gesleten.
Grieks-Albanese identiteit
Himarë is een van de plekken waar je het duidelijkst ziet dat Albanië geen eentalig land is. De stad zelf, en dorpen als Dhërmi en Palasë, worden voor een groot deel bewoond door mensen die zichzelf als Grieks of Grieks-Albanees zien en een eigen Grieks dialect spreken. Andere dorpen in de gemeente, zoals Vuno, Pilur en Kudhës, zijn overwegend Albanees. In Qeparo wonen beide groepen.
Die gemengde achtergrond heeft een lange en soms beladen geschiedenis. Onder de Ottomanen had de streek privileges, zoals zelfbestuur en het recht om wapens te dragen. In 1797 viel Ali Pasha van Tepelenë de stad aan. Tijdens de Eerste Balkanoorlog verdreef een opstand in november 1912 de Ottomaanse troepen, en in 1914 viel Himarë kortstondig onder de Autonome Republiek Noord-Epirus, voordat het definitief bij Albanië kwam. Ook nu spelen er nog discussies over eigendom van grond en minderheidsrechten.
Voor jou als bezoeker betekent het vooral: tweetalige naambordjes, Griekse muziek op terrassen, menukaarten in drie talen en veel inwoners die ook in Griekenland hebben gewoond of gewerkt. Een paar woorden Albanees (zie ons woordenboek) worden altijd gewaardeerd; in Himarë mag je ook rustig kalimera zeggen.
De stranden van Himarë
Alle stranden rond Himarë zijn kiezelstranden met helder, snel diep water. Waterschoenen zijn geen overbodige luxe. Van noord naar zuid:
Livadh
Het langste strand, een paar kilometer ten noordwesten van het centrum, aan het eind van een vallei met olijfbomen. Er zijn strandbedjes, barretjes, campings en appartementen, maar ook vrije stukken. Bereikbaar met de auto of een taxi (indicatie 2026: €5–10 enkele reis). Door de breedte en de ruimte is dit het fijnste strand voor een hele dag.
Spile (stadsstrand)
Het strand aan de boulevard. Handig, druk in juli en augustus, met restaurants op loopafstand. Prima voor een avondduik, minder voor een rustige stranddag.
Potam
Net ten zuiden van het centrum, aan de monding van een beekje. Ondiep instappen op sommige plekken, veel strandbedjes, populair bij gezinnen. Je loopt er vanaf de boulevard in een kwartier naartoe.
Filikuri
Een klein, wit kiezelbaaitje tussen rotswanden, ten zuiden van Potam. Je komt er via een steil pad van 20–30 minuten (het laatste stuk met een touw) of met een bootje vanaf Spile. Er zijn geen voorzieningen: neem water, eten en schaduw mee. Het water is hier merkbaar kouder door ondergrondse bronnen. Voor veel bezoekers het mooiste strand van Himarë.
Llamani
Zo’n 5–6 km ten zuiden van de stad, vlak voor Porto Palermo. Een rustige baai met helder water en weinig infrastructuur; de laatste meters zijn onverhard. Goed te combineren met een bezoek aan het fort.
Wil je meer stranden zien? Ten noorden van Himarë liggen Jalë en Gjipe (zie Dhërmi), ten zuiden het lange strand van Borsh. Een overzicht van de hele kust vind je op de pagina over de Albanese Riviera.
Porto Palermo
Op ongeveer 10 km ten zuiden van Himarë ligt de baai van Porto Palermo, een natuurlijke haven die bijna volledig door land omsloten wordt. Op een schiereilandje in de baai staat een driehoekig fort dat aan Ali Pasha van Tepelenë wordt toegeschreven en rond 1804 werd gebouwd; sommige historici denken dat er al een oudere, Venetiaanse versterking stond. Binnen loop je door donkere gewelfde ruimtes en klim je naar de borstwering met uitzicht over de baai. Tegenover het fort staat een kerkje dat Ali Pasha liet bouwen.
Aan de noordkant van de baai zie je de ingang van een tunnel in de rotsen: een duikbotenbasis uit de Koude Oorlog, gebouwd voor Sovjet-onderzeeërs. Het is militair terrein en niet toegankelijk; je ziet de ingang alleen vanaf de weg.
- Toegang fort: ca. 300 lek, alleen contant (indicatie 2026)
- Openingstijden: in de zomer globaal 9.00–19.00 uur, buiten het seizoen korter
- Tijd nodig: 45 minuten tot een uur, plus eventueel een duik bij het kiezelstrandje
Hoe kom je er?
- Met de auto: vanuit Tirana via de snelweg naar Vlorë en dan de kustweg zuidwaarts, circa 220 km. Je kunt over de Llogara-pas rijden (prachtig, zie Llogara-pas) of door de nieuwe Llogara-tunnel, die tijd scheelt. Reken op 3,5 tot 4,5 uur.
- Met de bus: er rijden dagelijks bussen van Tirana naar Himarë (4–5 uur) en tussen Vlorë en Sarandë met een stop in Himarë. In het hoogseizoen vaker dan daarbuiten. Zie vervoer in Albanië.
- Vanaf Corfu: neem de veerboot naar Sarandë en rijd of neem de bus naar het noorden (circa 1,5 uur).
- Ter plaatse: het centrum is goed te belopen; voor Livadh, Llamani en Porto Palermo heb je een auto, taxi of scooter nodig. In juli en augustus is parkeren bij de stranden krap.
Waar slapen?
Het aanbod is vooral kleinschalig: familiehotels, appartementen en kamers bij particulieren. Grote resorts zijn er (nog) weinig. Grofweg drie gebieden:
- Spile (centrum): handig zonder auto, alles op loopafstand, ’s avonds levendig. Kies een kamer iets van de boulevard af als je slecht slaapt.
- Livadh: rustiger, direct aan het strand, met campings en appartementen. Fijn met een auto of als je vooral wilt zwemmen.
- Het oude dorp (Kastro): enkele gastenverblijven in gerestaureerde stenen huizen, met uitzicht en koelte in de avond. Wel een rit of klim naar beneden.
In juli en augustus lopen de prijzen sterk op en is vooruit boeken verstandig. In juni en september betaal je vaak een stuk minder. Algemene tips vind je bij accommodatie in Albanië.
Eten en drinken
De keuken van Himarë is mediterraan, met een duidelijke Griekse inslag. Verwacht verse vis en inktvis van de dag, gegrilde octopus, Griekse salade, tzatziki, gevulde groenten en lam uit de bergen. De olijfolie komt vaak uit de eigen gaarden van de streek. Daarnaast vind je de Albanese klassiekers zoals byrek en qofte, en na het eten verschijnt er geregeld raki op tafel.
De restaurants aan de boulevard van Spile zijn handig maar wisselend van kwaliteit; vaak eet je beter (en goedkoper) een straat landinwaarts of in de tavernes bij Livadh. Vraag naar de vis van de dag en laat hem wegen voordat hij de grill op gaat, dan weet je vooraf wat je betaalt.
Wat te doen in en rond Himarë
- Zonsondergang bij de Kastro — het mooiste moment van de dag in Himarë.
- Boottocht langs de kust — vanuit de haven varen in het seizoen bootjes naar Filikuri, Gjipe en kleine baaien die over land lastig bereikbaar zijn.
- Qeparo — het bovendorp (Qeparo i Sipërm), 15 minuten naar het zuiden, is een grotendeels stenen dorp tegen de berg met een prachtig uitzicht.
- Wandelen — tussen Himarë, Jalë en Vuno lopen paden door olijfgaarden en macchia. Start vroeg: in de zomer is het boven de 30 graden.
- Dagtrip naar Dhërmi en Gjipe — een half uur naar het noorden.
Wanneer gaan?
- Mei en oktober: rustig, zee nog of al fris (rond 19–22 graden), niet alle strandbars open.
- Juni en september: de beste maanden. Warm zeewater, alles open, redelijke prijzen.
- Juli en augustus: vol, warm en duur, met veel Albanese, Kosovaarse en Italiaanse vakantiegangers. Wel gezellig in de avond.
- November tot april: veel zaken dicht. Mooi voor wandelen en de Kastro, niet voor een strandvakantie.
Meer over het klimaat per maand lees je bij beste reistijd.
Veelgestelde vragen
Wat is het mooiste strand van Himarë?
Dat hangt af van wat je zoekt. Livadh is het langste en makkelijkst bereikbare strand, met strandbedjes en een camping. Filikuri is het mooiste en rustigste, maar alleen te voet of per boot bereikbaar en zonder voorzieningen. Potam ligt op loopafstand van het centrum en is handig met kinderen.
Hoe kom je van Tirana naar Himarë?
Met de auto rijd je via Vlorë langs de kust naar het zuiden, ongeveer 220 kilometer en 3,5 tot 4,5 uur, afhankelijk van of je de Llogara-tunnel of de pasweg neemt. Er rijden ook dagelijks bussen van Tirana naar Himarë; reken op 4 tot 5 uur.
Spreken ze Grieks in Himarë?
Ja, veel inwoners van de stad Himarë zijn tweetalig in Albanees en Grieks. De streek heeft een Griekse minderheid en een eigen Grieks dialect. Menukaarten zijn vaak Albanees, Grieks en Engels.
Hoeveel kost het fort van Porto Palermo?
De toegang tot het fort kostte in 2024-2026 ongeveer 300 lek per persoon, alleen contant in lek. Het strandje en de baai zelf zijn vrij toegankelijk.